EPB: Spreiding E-peil woongebouwen in Vlaanderen
Wenst u de cijfers achter de grafieken? Beweeg uw cursor boven de rechterbovenhoek van de grafiek, klik op '...' en selecteer 'Gegevens exporteren'.
Ziet u geen nieuw venster? Scroll dan naar beneden.
| < vorig rapport | Resultaten: EPB-eisen | volgend rapport > |
De grafiek toont hoeveel procent van alle EPB-aangiften van alle woongebouwen samen, van eengezinswoningen en van appartementen het aangegeven E-peil halen, ingedeeld in categorieën van 10 E-peilpunten. Daaruit blijkt dat nieuwe woningen jaar na jaar energiezuiniger worden.
In de grafiek zijn sinds 2006 ondertussen 7 kleuren verdwenen, namelijk de E-peilcategoriëen tussen E40 en E>100. Enkel de blauwe kleuren voor een E-peil lager dan 30 blijven over.
De grafiek toont duidelijk het effect van het aanscherpen van de E-peileis in 2010, 2012, 2014, 2016 en 2018: vanaf 2010 vertoont de grafiek om de twee jaar een sprong in het E-peil. In de jaren waarin de eis wordt aangescherpt, is er een duidelijke verschuiving naar een lager E-peil en verdwijnt er een kleur (dus een categorie met 10 E-peilpunten hoger). Een groot aandeel van de woningen ligt immers in de categorie die nét aan de E-peileis voldoet. In de jaren waarin de E-peileis niet wordt aangescherpt, blijft het aandeel van de verschillende E-peilcategorieën stabiel. Vanaf 2016 daalt het gemiddelde E-peil jaarlijks.
Sinds de bekendmaking van het BEN-traject (Bijna-EnergieNeutraal, dus ≤ E30) in 2014 is duidelijk te zien dat de groep die net aan de eis voldoet (de bovenste grote balk) jaar na jaar afneemt, ten voordele van de groep die al voldoet aan de eis die komt.
Vooral voor eengezinswoningen is er sinds aanvraagjaar 2014 een opvallende stijging van het aantal aangiften dat aan de E-peileis van BEN voldoet: een verdrievoudiging tegenover 2013 (30% ten opzichte van 11%). Het aandeel met E-peil kleiner dan E30 stijgt verder naar meer dan de helft van de aangiften voor aanvraagjaar 2016 (55%, voor alle blauwe balken samen). Vanaf aanvraagjaar 2016 is er zelfs een grotere groep in de categorie ‘E11-20’ dan in de categorie ‘E21-E30’. Voor aanvraagjaren 2019 en 2020 neemt dat verschil opvallend toe, voor de EPB-aangiften die al zijn ingediend.
Wat hierin kan meespelen is dat vanaf aanvraagjaar 2016 voor een nieuwbouw met een E-peil lager dan E20 geen onroerende voorheffing moet worden betaald gedurende 5 jaar. De vermindering van de onroerende voorheffing stopt voor nieuwbouw vanaf aanvraagjaar 2023 (voor heropbouw na sloop is er wel nog een vermindering).
Opmerkelijk is dat vanaf aanvraagjaar 2016 een nieuwe groep opmars maakt: de woningen met een E-peil lager dan 0. Voor aanvraagjaar 2020 heeft 11% van de ingediende aangiften van eengezinswoningen en appartementen een E-peil lager dan 0, voor aanvraagjaar 2022 stijgt dat verder naar 37% en voor aanvraagjaar 2023 lijkt dat, op basis van de EPB-aangiften die al zijn ingediend, verder te stijgen tot 47% (voor appartementen voorlopig 17% en voor eengezinswoningen voorlopig 51%).
Bij het naast elkaar plaatsen van de E-peil-spreidingen van eengezinswoningen en van appartementen blijkt dat de lagere E-peilen sneller opmars maken bij eengezinswoningen dan bij appartementen. De eerste eengezinswoningen met maximaal E30 verschijnen 5 jaar vroeger dan de appartementen met E30 of beter.